Veel gestelde vragen
Vragen over mbo+ Food
1. Hoeveel studenten verwachten jullie per september? Hoe is dat aantal verdeeld over de verschillende niveaus?
Voor Amsterdam verwachten wij in september met een groep van 15-20 deelnemers van start te kunnen gaan. Deze leerlingen gaan voor niveau 4+. Op dat moment starten we overigens ook met mbo Food niveau 4, 3 en 2 op de locaties van Wellantcollege in Rotterdam en Rijswijk.
2. Wanneer is de nieuwe opleiding voor Wellantcollege geslaagd?
Er zijn drie belangrijke momenten waarop zal blijken of de opleiding voor ons geslaagd is. Het eerste moment vormt voor ons de start in september. Lukt het ons om jonge mensen enthousiast te krijgen voor een opleiding en toekomst in de dynamische foodwereld. Wij geloven dat de belangstelling voor voeding bij veel jongeren al in de kiem aanwezig is. Kijk maar hoe populair de vele foodprogramma’s op TV onder de jeugd zijn. Ook tijdschriften en kranten voor jongeren berichten steeds vaker over nieuws en achtergronden over voeding. Ruim 2/3 van onze leerlingen in het vmbo kiest voor een examenvak in de richting van ‘food’. Ook de Kookklas die in ’09 van start ging, is erg in trek. Wij gaan die kiem voeden door aan te sluiten op de belevingswereld van jongeren. Een stevige en brede kennis van producten, ingrediënten en processen plaatsen we in een voor jongeren aantrekkelijke context zoals Food Entertainment, Food Communication, Food Design of Food Production. In gesprekken met potentiële leerlingen merken we dat zij zich hier iets bij kunnen voorstellen in wat ze kunnen en ook graag zouden gaan doen.
Het tweede peilmoment is tijdens de opleiding zelf: Wanneer we er in slagen de combinatie van vakman- met ondernemerschap tot stand te brengen! Dat willen we bereiken door een sterke oriëntatie op de arbeidsmarkt en een intensieve samenwerking met het bedrijfsleven zoals voor stages, bedrijfsopdrachten en gastdocenten. Maar ook door bijvoorbeeld een vast dagdeel in de week in te ruimen voor het vak ‘Consumptief’ waarin de leerlingen echt vakmanschap en koksvaardigheden worden bijgebracht. Het worden zeker geen chefkoks, maar ze moeten bijvoorbeeld wel de taal van de kok spreken en zijn werkzaamheden goed begrijpen. Alleen op die manier zijn ze straks in staat mee te vernieuwen en te verbeteren en kunnen ze bijvoorbeeld bijdragen aan de ontwikkeling van convenience sauzen van ambachtelijke kwaliteit. Doordat ze zowel goed mee op kunnen denken met wat de markt vraagt en tegelijkertijd het product kennen en eerder de mogelijkheden er van zien.
Uiteindelijk is de opleiding dan geslaagd als over vier jaar de eerste breed opgeleide, gemotiveerde en gedreven foodprofessionals - vakmensen die willen en kunnen vernieuwen en verbeteren - de arbeidsmarkt betreden of enthousiast doorstromen naar het hbo, bijvoorbeeld Food, Commerce en Technology van Inholland!
3. Hoe groot is de behoefte aan food communicators en food entertainers?
In Food Entertainment en Food Communication verwachten we de grootste groei aan nieuwe werkplekken. Getallen hebben we niet. Maar je ziet in de markt wel dat het echt een vak apart wordt om de mogelijkheden van nieuwe producten te presenteren, zoals op beurzen of voor een specifieke groep klanten. Maar ook om mensen enthousiast te krijgen voor gezonde en verantwoorde voeding, zoals de campagnes van de overheid, projecten op scholen en BSO en het activiteiten in buurthuizen. En natuurlijk de consument die graag deelneemt aan kookworkshops, zich graag laat vermaken met mooie verhalen en demonstraties over voeding. Maar ook hoe communiceer je verantwoorde voeding bij bedrijven. Neem de ontwikkeling naar meer streekgerechten als voorbeeld. Daar zie je grote bedrijven op inspelen en vraagt toch om een andere manier van communiceren naar je markt en de uitstraling van het product via de verpakking. En als gevolg van deze trend ontstaan ook meer kleine streekgerechtproducenten. Die hebben bijvoorbeeld een boomgaard en gaan nu appelsap produceren maar zich ook toeleggen op rondleidingen over het bedrijf en partijtjes en vergaderlocatie aanbieden. Dit soort bedrijven hebben hiervoor graag iemand op mbo-niveau. Het vergt wel kwaliteiten als communiceren, voorlichten en entertainen. Het is handig als je hiervoor bagage hebt meegekregen.
4. Hebben jullie bij de ontwikkeling van de opleiding ook aan bedrijven gevraagd wat de studenten moeten weten?
Wij hebben uiteraard een feedbackgroep met een mix kleine en grote bedrijven verdeeld over de sector. Aan hen hebben we vorig jaar in een plenaire bespreking de plannen voorgelegd en gevraagd aan te geven wat meer en wat minder in de opleiding naar voren moet komen en hebben met regelmaat contact om inhoudelijk verder aan te scherpen.
Twee belangrijke punten kwamen hieruit naar voren: breed opgeleid (inzicht in en begrip van van veel verschillende producten en processen) en goed kunnen communiceren. De foodsector is enorm in beweging. Om de volgende stappen te kunnen zetten in verduurzaming, internationalisering, kostenverlaging en bevordering van gezonde en verantwoorde voeding zal meer samenwerking nodig zijn: natuurlijk intern maar steeds vaker tussen organisaties. Dit vraagt om mensen die helder kunnen communiceren en over sociale en teamvaardigheden beschikken. Ze moeten niet alleen mee kunnen gaan met de snelle ontwikkelingen in hun vakgebied maar ook over de heg kijken, trends aanvoelen en ontwikkelingen vertalen naar het eigen werkterrein. Alleen dan kun je met foodsolutions komen. In de toekomst zal een steeds groter beroep op deze vaardigheden worden gedaan.
Dit speelt ook op niveau 2 en 3. Als gevolg van de automatisering heeft een mbo-er steeds minder met fysieke taken van doen. Daarentegen komt het steeds meer aan op kunnen werken in een team, goed overleggen en afstemmen met afdelingen in het bedrijf en daarbuiten.
5. Willem Treep zei in zijn lezing op #ANF2011: 'Leer een ambacht!', is food entertainment een ambacht? Hoe zorgen jullie voor voldoende inhoudelijke bagage?
De basis van de mboplus opleiding Food is een stevige en brede kennis van product-&warenkennis en productie-/bereidingsprocessen. Dit krijgen alle leerlingen mee. Hierdoor ook ondersteund vanuit de algemene vakken als science en talen. Vervolgens leren zij de opgedane kennis en vaardigheden toe te passen in een van de uitstroomprofielen Food Entertainment, Food Communication, Food Design en Food Production. Dat leer je - net als ieder ambacht - vooral door heel veel te doen, zelf mee bezig te zijn, goed te kijken naar goede leermeesters en jezelf continu te verbeteren.
6. Waarom een nieuwe food-opleiding in de randstad?
De komende decennia zal een steeds groter deel van de bevolking in het Randstedelijke gebied wonen. Dit brengt op voedingsgebied specifieke vraagstukken met zich mee. Zoals hoe zorg je dat mensen op verantwoorde manier gevoed worden met minimale belasting van onze planeet. Hoe breng je mensen gezonde leefstijl bij. Mensen zijn op zoek naar verbinding met de herkomst van hun voeding: hoe kun je die bieden in een stedelijke omgeving. Voor deze sociale en culturele aspecten van voeding is nog weinig aandacht in mbo en hbo onderwijs. Als kennisinstelling, Food Academy, wil je daar het liefst midden in zitten. Ook speelt: Op voedingsgebied is onze hoofdstad het kloppend hart van Nederland. In december ’10 telden wij maar liefst 6.103 food gerelateerde bedrijven in Amsterdam. Wat zij hun klanten aanbieden, is een afspiegeling van wat er speelt in de wereld, de gemeenschap, de wijk en het individu. Juist in een modern groene stad als Amsterdam zie je het eerst leefstijlen veranderen en nieuwe mengvormen ontstaan: lokaal ontmoet mondiaal, ecologisch gaat samen met technologisch, stadslandbouw komt in steden en leven platteland raakt meer verbonden met de stad.
7. Hoe komt het ‘randstedelijke’ aan de orde in de opleiding?
In de opleiding gaan we in op de aanpak van Randstedelijke vraagstukken. Bijvoorbeeld het opzetten van programma’s als aanpak van overgewicht in combinatie met een gezonde leefstijl voor jongeren in buurthuizen. Het organiseren van leuke food activiteiten voor de buitenschoolse opvang zodat kinderen meer binding met de herkomst van hun voeding krijgen waardoor de interesse voor verantwoorde voeding vanzelf groeit. Het belichten van de ethische aspecten van voeding, de verschillende food stromen benadrukken en ingaan op de voedingsgewoonten en typische kenmerken van de verschillende bevolkingsgroepen in de randstad. Maar ook het stimuleren in het zoeken naar nieuwe foodconcepten en daarbij het gangbare niet voor lief nemen, zoals het concept van Willem&Drees.