Onderbouw
Je vmbo-opleiding bestaat uit twee delen:
- de onderbouw (eerste en tweede leerjaar)
- de bovenbouw (derde en vierde leerjaar).
De onderbouw is voor iedereen hetzelfde, in de bovenbouw kun je keuzes maken. In de onderbouw worden de leerlingen op niveau ingedeeld om een goede aansluiting op de leerwegen in de bovenbouw te waarborgen.
Persoonlijke vorming
In de onderbouw ligt de nadruk vooral op jouw persoonlijke vorming. Je leert onder andere om zo actief en zelfstandig mogelijk te leren. De onderbouw is vooral bedoeld om je te laten ontdekken wat jouw persoonlijke kwaliteiten zijn. Wat kan ik al en hoe kan ik daar beter in worden? Wat kan ik nog niet en wat moet ik nog leren? Vanaf leerjaar 1 ben je al bezig met de vraag welke leerweg het beste bij je past. Belangrijk is om erachter te komen op welke manier je het beste leert, welke vakken, thema’s, leergebieden bij je passen en hoe zelfstandig je bent.
Praktische Sector Oriëntatie
In de eerste twee leerjaren krijg je met het vak Praktische Sector Oriëntatie (PSO) te maken. PSO betekent dat je met een aantal praktijkvakken kennis gaat maken. In de eerste klas krijg je 4 uur per week PSO.
Je maakt dan kennis met de volgende vakken:
- Dierhouderij
- Verwerking agrarische producten (met o.a. koken en bakken)
- Bloemsierkunst
- Groenvoorziening (werken in de tuin)
- Plantenteelt



LWOO
In de onderbouw is LWOO (LeerWeg Ondersteunend Onderwijs) mogelijk.
Keuzes
Aan het eind van leerjaar 2 bekijken we samen op welke leerweg je eindexamen gaat doen.
Misschien ben je tot de ontdekking gekomen dat je later in een andere sector wilt gaan werken. Dan kijkt de school met jou mee naar welke school je na het vmbo kan gaan.